29 oktober 2026
‘Natuurbeheer en ondernemerschap kunnen elkaar enorm verrijken’
Hoe geef je weidevogels de ruimte, zonder de agrarische bedrijfsvoering uit het oog te verliezen? Welke rol kunnen adviseurs daarin spelen? Volgens Bert Aman, BAS-erkend adviseur natuur-inclusieve landbouw bij Kobra accountants & adviseurs, liggen er volop kansen. Die kansen vragen wel om vertrouwen, samenwerking en duidelijkheid. “Ondernemers willen best, maar ze moeten wel weten waar ze aan toe zijn.”
In het voorjaar begint de werkdag voor Bert als de meeste mensen nog op één oor liggen. Van maart tot half juni trekt hij er ‘s ochtends vroeg en ‘s avonds laat op uit met zijn drone, op zoek naar weidevogels. Nesten lokaliseren en markeren, de vogelstand in kaart brengen, en boeren helpen met advies en data. Het is een heel andere wereld dan zijn dagelijkse advieswerk bij Kobra accountants & adviseurs, maar voor Bert horen die twee werelden onlosmakelijk bij elkaar. “Ik ben een buitenmens, altijd al geweest. Als adviseur zit je veel binnen, dus ik vind het heerlijk om kantoorwerk af te wisselen met buitenpraktijk. Als ik daarbij ook nog kieviten, grutto’s, reekalven en patrijzen tegenkom, dan ben ik een tevreden mens. Weidevogels en akkervogels hebben het moeilijk, de biodiversiteit staat stevig onder druk. Ik zet me daarom graag in voor de bescherming van weidevogels, zowel als dronepiloot als in mijn advieswerk.” Naast zijn werk bij Kobra heeft Bert een eigen adviespraktijk waarmee hij onder meer gemeenten en agrarische collectieven ondersteunt bij agrarisch natuurbeheer. Ook is hij betrokken bij lokale projecten, waaronder een pilot rond patrijzen.

Als BAS-erkend adviseur natuur-inclusieve landbouw ziet Bert vaak volop mogelijkheden om natuurbeheer een plek te geven op agrarische bedrijven. Toch staat het onderwerp lang niet bij iedere ondernemer bovenaan de agenda. “Een gesprek over natuur-inclusief werken ontstaat meestal niet vanuit een concrete vraag vanuit een ondernemer, maar eerder vanuit mogelijkheden en kansen waarvan ik denk dat ze goed zouden passen bij het bedrijf en de bedrijfsvoering. Dan ga ik proactief het gesprek aan. Ondernemers zijn bezig met hun bedrijfsvoering en meestal niet bekend met alle regelingen, methoden en mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer, en onbekend maakt dan toch ook onbemind.”
Daarin ziet Bert een belangrijke rol voor de adviseur. Als adviseur kun je een goede inschatting maken welke vorm van natuur-inclusief werken past bij je klant. Dat gaat verder dan het kennen van beschikbare regelingen, het gaat erom samen met de ondernemer te onderzoeken wat haalbaar en passend is. Wat betekent een maatregel voor de bedrijfsvoering? Welke afspraken horen erbij? En welke kansen biedt het op langere termijn? Bert merkt regelmatig dat ondernemers niet per definitie tegen natuurbeheer zijn, maar wel voorzichtig. Ze zijn bang om verplichtingen aan te gaan die later nadelig uitpakken voor hun bedrijf. En die zorgen komen niet uit de lucht vallen. “Er zijn ondernemers met slechte ervaringen. Dat is belangrijk om te erkennen, en te kijken hoe het vertrouwen in natuur-inclusief werken weer kan gaan groeien. Ik geloof dat natuur-inclusief werken een steeds grotere rol gaat spelen in de agrarische sector. Waar groei lange tijd vooral draaide om meer productie, kan toekomstperspectief ook op andere manieren ontstaan. Bijvoorbeeld door extensiever te werken of natuurbeheer een structurele plek te geven in de bedrijfsvoering.” Dat vraagt wel om maatwerk. Niet iedere maatregel past bij ieder bedrijf. Maar volgens Bert kunnen natuurbeheer en ondernemerschap elkaar juist versterken. “Extensief werken, traditioneel boeren en weidevogelbeheer kunnen elkaar enorm aanvullen.”

Foto: Marcel van Kammen
Wat weidevogelbeheer zo relevant maakt, is voor Bert zonneklaar. “De weidevogelstand is echt een graadmeter voor hoe het met een gebied gaat. Omdat je ze hoort en ziet, zijn ze het meest opvallend, maar de aanwezigheid van weidevogels zegt ook veel over de rest van de biodiversiteit in het landelijk gebied. Als je de juiste biotoop creëert, zie je hoeveel leven daarop afkomt. Een goed leefgebied voor patrijzen trekt bijvoorbeeld ook bijen, vlinders, fazanten en andere vogels aan.” Voor weidevogels kunnen maatregelen als plas-dras, waarbij een deel van het grasland tijdelijk onder water wordt gezet, veel betekenen. Helemaal als boeren in een gebied met elkaar gaan samenwerken, ziet Bert in de praktijk: “Het mooiste is als je met verschillende ondernemers een groter gebied kunt inrichten als geschikt leefgebied. Het effect van de maatregelen wordt dan snel groter.” Dat vraagt om samenwerking over bedrijfsgrenzen heen. Daarbij spelen agrarische collectieven een belangrijke rol. Zij kennen de boeren, het gebied en de mogelijkheden voor natuurbeheer en kunnen op gang helpen, verbinden en meedenken.
Ondernemers die bezig zijn met weidevogels, doen dat niet voor het geld. “Het gaat ook om plezier in je werk. Om de beleving die weidevogels met zich meebrengen. De roep van een leeuwerik, luchtcapriolen van kieviten, rondscharrelende kuikens: het is prachtig als je die vogels ziet en hoort op je land.” Vergoedingen vanuit het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) zijn vooral bedoeld om de kosten en gederfde inkomsten te dekken. Daarin is nog wel een wereld te winnen, ziet Bert in de dagelijkse praktijk. Voor ondernemers is langetermijnzekerheid cruciaal. De zesjarige afspraken binnen het ANLb bieden al enige houvast, maar voor grotere veranderingen in de bedrijfsvoering is vaak meer nodig. Denk bijvoorbeeld aan investeringen die nodig zijn om met vaste mest te kunnen werken. Dan moeten ondernemer, overheid en collectieven samen duurzame afspraken kunnen maken om dat te realiseren. “Wil je daarnaast natuur-inclusief uitbreiden en meer dan nu onderdeel maken van een langjarig agrarische bedrijfsvoering dan denk ik dat je als beleidsmaker moet gaan nadenken hier een verdienmodel van te maken. Daarbij heeft ook de rest van de samenleving een belangrijke rol: behoud van biodiversiteit is een zaak van ons allemaal”, stelt Bert.
Dat de praktijk soms weerbarstig is, ervaart Bert onder meer bij het weidevogelbeheer in Liederbroek, waar hij ook bij betrokken is. Hij spreekt met bewondering over de inzet van de deelnemende boeren. “Die boeren zijn zó goed bezig. Daar moeten we echt zuinig op zijn. Ze steken er ontzettend veel tijd, geld en aandacht in. En ze zouden best nog een stap verder willen gaan. Maar dan moet er wel geld bij.” Dat wringt. Terwijl er in Europa grote zorgen zijn over de achteruitgang van de biodiversiteit en Nederland onder druk staat om meer te doen voor de bescherming van bijvoorbeeld de grutto, ontbreekt het volgens Bert in de praktijk soms aan mogelijkheden om succesvolle initiatieven uit te breiden. “Er zit een kloof tussen praktijk en beleid. Soms kijken we vanuit beleid te veel naar de papieren werkelijkheid. Maar zo werkt een ondernemer niet. Die wil gewoon aan de slag. Als we samen optrekken en natuurbeheer verankeren in zowel beleid als bedrijfsvoering, kunnen we echt stappen zetten.”
Wat betekent dit alles voor de agrarisch adviseur? Volgens Bert hoef je niet zelf alles te weten over weidevogels, biodiversiteit of subsidieregelingen. Veel belangrijker is dat je weet waar je de juiste kennis kunt vinden. “Zorg dat je weet bij wie je moet aankloppen. Verdiep je in wat provincies en agrarische collectieven doen. Juist bij die collectieven zit ontzettend veel kennis van de regio.” Zelf investeert Bert voortdurend in zijn netwerk. Hij bezoekt bijeenkomsten, onderhoudt contacten met deskundigen en blijft op de hoogte van ontwikkelingen in zijn werkgebied. Daardoor weet hij kansen te herkennen en kunnen anderen hem gemakkelijk vinden. Zijn advies aan collega’s is dan ook helder: “Ga erop uit, leg je oor te luisteren, bezoek evenementen en praat met experts in je regio. Zorg ervoor dat je aan de vergadertafel én de keukentafel blijft meewerken.”