
2 april 2026
De aanpak van piekbelasting in de landbouw vraagt om zorgvuldige afstemming tussen beleid en praktijk. Vanuit de Vereniging Agrarische Bedrijfsadviseurs (VAB) is actief bijgedragen aan dit proces, onder andere via deelname aan de begeleidingscommissie aanpak piekbelasting. Antoine Wouters van den Oudenweijer, manager bij Arvalis ZBG en bestuurslid van de Vereniging Agrarische Bedrijfsadviseurs (VAB), was de afgelopen jaren nauw betrokken bij dit dossier. ‘Bij dit soort ingrijpende regelingen is het essentieel dat verschillende partijen elkaar goed weten te vinden.’
Wouters is namens de VAB aangesloten bij de begeleidingscommissie aanpak piekbelasting, die in september 2023 voor het eerst bijeenkwam. In deze commissie werken vertegenwoordigers uit verschillende delen van het agrarische veld samen met het ministerie om de regeling te toetsen en waar nodig aan te scherpen. Zo zijn onder andere organisaties als LTO Nederland, het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) en vertegenwoordigers uit het advies- en rentmeestersveld betrokken.
Vanuit de VAB wordt in de commissie nadrukkelijk het perspectief van de onafhankelijke adviseur ingebracht. Dit zijn adviseurs die dagelijks naast de ondernemer staan en scherp inzicht hebben in de praktische en strategische impact van beleid. Daarmee voegt de VAB een essentieel geluid toe aan het geheel, waarin verschillende invalshoeken samenkomen: van belangenbehartiging tot praktijkadvies en uitvoering.
‘Het doel was vooral om signalen uit de praktijk op te halen en ervoor te zorgen dat de regeling werkbaar is voor ondernemers.’
De term ‘piekbelaster’ ligt volgens Antoine gevoelig. ‘Het is een label dat impact heeft op ondernemers.’ Daarom is het volgens hem belangrijk om daar zorgvuldig mee om te gaan en te blijven benadrukken dat deelname vrijwillig is. In de kern gaat het om bedrijven die relatief veel stikstofdepositie veroorzaken op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Voor deze groep zijn regelingen ontwikkeld, zoals de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (LBV en LBV-plus), waarbij ondernemers onder voorwaarden hun bedrijf kunnen beëindigen.
Een belangrijk onderdeel in de uitvoering was de inzet van zogenoemde zaakbegeleiders: adviseurs die namens de overheid ondernemers begeleiden bij deelname aan de regeling. ‘Daarbij is het belangrijk dat rollen en verantwoordelijkheden helder zijn,’ aldus Antoine. ‘Voor ons als VAB is onafhankelijk advies geen bijzaak, maar een randvoorwaarde. Juist in dit soort trajecten moet het voor ondernemers duidelijk zijn wie begeleidt en wie adviseert.’
In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat zaakbegeleiders vooral een faciliterende en verbindende rol hebben, zoals het begeleiden van het proces tussen ondernemer en overheid en het toelichten van regelingen. Tegelijk blijft het inhoudelijk en strategisch advies nadrukkelijk bij onafhankelijke adviseurs liggen.
In de verdere uitwerking is volgens hem meer duidelijkheid en samenwerking ontstaan. ‘Door afstemming en overleg is er beter inzicht gekomen in elkaars rol.’ Dat heeft ook effect gehad op de praktijk. ‘Je ziet dat partijen elkaar beter weten te vinden en dat kennisdeling steeds beter op gang komt.’ De VAB speelt hierin ook een verbindende rol door signalen uit de adviespraktijk te bundelen en terug te brengen naar beleid tafels.
Een concreet resultaat daarvan zijn gezamenlijke sessies tussen beleidsmakers en adviesorganisaties. ‘Dat helpt om knelpunten sneller te signaleren en ervaringen uit de praktijk terug te koppelen.’
Volgens Antoine heeft de brede samenstelling van de commissie bijgedragen aan verbeteringen in de uitvoering van de regeling. ‘Er is meer oog gekomen voor maatwerk en voor de impact op ondernemers. Dat is belangrijk, want geen situatie is hetzelfde.’
Binnen de commissie komen onder andere onderwerpen aan bod zoals de uitvoerbaarheid van regelingen, de rolverdeling tussen verschillende adviseurs en de impact van keuzes op ondernemers en hun omgeving. Ook wordt besproken hoe beleid regionaal uitwerkt, bijvoorbeeld waar knelpunten ontstaan in de uitvoering of waar aanvullende afstemming nodig is tussen landelijke en lokale partijen.
Voor de toekomst ziet hij vooral het belang van continuïteit en vroegtijdige betrokkenheid. ‘Wat we hebben geleerd, is dat het helpt om partijen al in een vroeg stadium te betrekken bij nieuwe regelingen. Dat voorkomt onduidelijkheid en zorgt voor meer draagvlak.’ ‘Je ziet dat beleid en praktijk elkaar beter beginnen te vinden, en dat is uiteindelijk waar het om draait.’
Hoewel de VAB geen beleidsmaker is, vervult de vereniging een belangrijke rol in dit soort trajecten. Als vertegenwoordiger van onafhankelijke agrarische adviseurs brengt de VAB praktijkkennis, signalen en ervaringen in bij beleidsontwikkeling en uitvoering. Antoine ziet duidelijk een rol voor de vereniging. ‘Wij vertegenwoordigen de adviseurs die dicht bij de ondernemers staan. Die praktijkkennis is essentieel om beleid werkbaar te maken. Dit soort complexe dossiers vraagt om samenwerking, transparantie en wederzijds begrip. Alleen dan kom je tot oplossingen die in de praktijk ook echt werken.’ Vanuit de VAB dragen wij eraan bij dat beleid niet alleen goed bedoeld is, maar ook daadwerkelijk werkt in de praktijk.’